Vlees of vleesch? Over vlees & vleesvervangers.

Home / Duurzaamheid / Vlees of vleesch? Over vlees & vleesvervangers.
Vlees of vleesch? Over vlees & vleesvervangers.

Vlees of vleesch? Over vlees & vleesvervangers.

Waarom ik mensen liever vlees dan een ‘vleesvervanger’ adviseer, terwijl ik vegetariër ben.

Laat ik voorop stellen dat ik de opkomst van de vele plantaardige alternatieven voor burgers, worsten en schnitzels sterk aanmoedig. Want meer en meer onderzoeken wijzen uit dat de vleesindustrie enorm bijdraagt aan onder andere de stijgende co2-uitstoot en bodemvervuiling (om maar niet te spreken over het veelal verborgen dierenleed). Ik verwacht niet dat iedereen uit schuldgevoel halsoverkop overstapt op een vegetarisch of een plantaardig eetpatroon (sterker nog, dat raad ik je zelfs af) maar met name de hoeveelheid vlees kan wel wat minder.

Maar Nicke, je ging me toch uitleggen waarom je juist wél vlees zou adviseren? Klopt! Maar om dat goed te kunnen doen, moet ik je eerst wat extra informatie geven.

Vlees is een luxe product.

We zijn vlees als vanzelfsprekend gaan beschouwen, terwijl vlees eigenlijk een luxe product is. Dat zou je niet meer zeggen als je de kiloknallers in de schappen ziet liggen. Een zak M&M’s is duurder dan een kilo kipfilet. Je hebt vlees niet eens dagelijks nodig om aan voldoende vitamine B12, D, complete eiwitten en andere mineralen te komen. Pas wanneer je voor vlees (en daarmee ook bedoeld: vis, kip, ei en zuivel) kiest van echt goede kwaliteit, waarbij de dieren een behoorlijk fijn en langer leven hebben gehad, zie je hoe duur zo’n product wordt. Dit gaat om vlees dat meestal biologisch, of liever nog biologisch dynamisch (BD, in Nederland aangeduid als Demeter) gecertificeerd is. Dit is wat al het vlees eigenlijk zou moeten kosten. Flink aan de prijs dus.

Een BD-dier is (relatief) stressvrij, heeft een bewezen hogere voedingswaarde door gezondere, diverse voeding (weidegras, insecten, bloemen, etc.), veel beweging en betere verzorging en voorzieningen. De boer behandelt het dier als een levend wezen dat een goeie, respectvolle verzorging verdient. Dit kost natuurlijk inspanning, dus tijd en geld. Want duizenden varkens in een gigantische, slecht beveiligde megastal houden, op een goedkoop dieet waarbij ‘zo snel mogelijk vet mesten’ het devies is, is veel goedkoper.

Als al het vlees van hoge kwaliteit, dus duurder is, eten we vanzelf minder. Als je het dan toch koopt, eet je het waarschijnlijk met meer aandacht. Het heeft wat mogen kosten en wordt verwennerij!

Deze twee verschillende fokmethodes zie je als eindconsument terug in de prijs. Vlees van hoge kwaliteit kost meer per kilo dan vlees van lage kwaliteit. Dit laatste vlees zou ik niemand aanbevelen. Niet alleen vanwege gezondheidsredenen, maar ook gewoon vanuit duurzaamheidsoverwegingen. Vlees dat BD-gecertificeerd is, heeft een veel lagere impact op het milieu. Sterker nog, doordat BD- boeren in gesloten kringlopen werken, stimuleren ze juist biodiversiteit en gezond bodemleven. Iets dat we gezien de huidige klimaatomstandigheden en de toenemende negatieve gevolgen van monocultuur in de landbouw, toch willen aanmoedigen wat mij betreft.

Maar hoe zit dat dan met de vleesvervanger?

Een vleesvervanger is een product dat wordt aanbevolen ter vervanging van vlees. Om maar meteen m’n punt te maken: vlees is niet te vervangen door iets anders. Vlees is vlees, in al z’n product specifieke voedingswaardes, vitamines, mineralen en stoffen die we nog niet volledig in kaart hebben gebracht. Dit geldt voor alle voedingsmiddelen. Een ei is geen pinda, een wortel is geen pastinaak. Je kan een voedingsmiddel, als het gaat om voedingswaarde (en smaak!) eigenlijk niet zo makkelijk vervangen.

Wil je vlees wel één op één vervangen, door bijvoorbeeld een vleesvervanger, dan zal dat product moeten worden verrijkt met vitamines en mineralen die het basisproduct (bijvoorbeeld soja of lupine) niet zelf bevat. Vitamines en mineralen werken altijd in samenwerking met andere stoffen om goed te kunnen worden opgenomen door het lichaam, dus die moet je dan ook allemaal toevoegen. Dit gebeurt vaak niet en daarnaast zijn er ook nog veel stoffen niet in kaart gebracht. Die kunnen dus ook niet worden toegevoegd aan een vleesvervanger.

Bewerkte soja in vleesvervangers.

Daarnaast is het goed om even te kijken naar hoe een vleesvervanger gemaakt wordt. Vaak is de basis een eiwitrijk product zoals een peulvrucht of sojaboon. Aan de sojaboon moet sterk geknutseld worden om het (soort van) de structuur en bite van vlees te geven. Je voelt ‘m al aankomen, dit is helemaal niet gezond. Soja is zelfs moeilijk verteerbaar waardoor het – wanneer je het regelmatig eet – eerder negatief dan bevorderend werkt op je gezondheid. Een stukje vlees van goeie kwaliteit (dit is echt belangrijk) is dan veel gezonder voor je.

Smaakversterkers en andere toevoegingen.

Om over de smaakversterkers en andere toevoegingen maar niet te spreken, al ga ik dat nu wel doen. Smaakversterkers, E-nummers en andere toevoegingen zoals suiker, maken een vleesvervanger nog minder gezond. Het kost je spijsvertering en stofwisseling veel moeite om deze stoffen af te breken en af te voeren. Vaak worden ze daardoor opgeslagen in je vet en dít is bij uitstek erg ongezond. Liever eet je dus gewoon een stukje bio-vis, dan een soort van gek gepaneerd reepje dat soort van semi naar vis smaakt.

Kwaliteitsverschillen in vleesvervangers.

Ook goed om te melden: vlees is er dus van goeie en slechte kwaliteit, en datzelfde geldt ook voor vleesvervangers. Kijk eens achterop de verpakking van een vleesvervanger en vergelijk verschillende merken. Waar staan de meeste herkenbare ingrediënten op? Hoe zit het met de conserveringsmiddelen? In de biologische winkel zijn de vleesvervangers eigenlijk altijd van hogere kwaliteit (uitzonderingen daargelaten). Er valt te veel over te schrijven om dat nu allemaal te doen. Mocht je graag meer willen weten over (o.a.) vleesvervangers, boek een persoonlijk consult of supermarktsafari bij me en ik geef je alle handvatten om naderhand een weloverwogen, gezonde beslissing te nemen.

En het gaat natuurlijk allemaal om balans.

Nu hoor ik je denken, Nicke je moedigt de opkomst van ‘vleesvervangers’ toch juist aan, aan het begin van dit artikel? Ja dat is waar. En dat doe ik ook echt. Want vanuit professioneel oogpunt zal ik iedereen adviseren vlees, vis en kip te minderen, gewoonweg omdat je het niet dagelijks nodig hebt. Kies je dan (bijvoorbeeld) eens per week ook voor een zogenaamde vleesvervanger (die dus eigenlijk niet écht een vleesvervanger kan zijn) omdat je het vleesgevoel in je maaltijd niet kunt missen, dan is dat helemaal prima. Het gaat om balans en nuance. Net zoals een bananensplit af en toe ook moet kunnen. Zie een vleesvervanger ook als een traktatie (dat doe ik ook, want ze zijn vaak wel heel lekker!). Wat mij betreft is een vleesvervanger een goede manier om te wennen aan een meer plantaardig eetpatroon.

Kies sowieso gewoon eens voor vegetarisch.

Vanuit persoonlijk oogpunt zou ik iedereen ook gewoon willen uitdagen om wat vaker echt vegetarisch of plantaardig te koken. Dus zonder je blind te staren op dat er een stuk vlees naast de piepers moet liggen, maar door te kijken welke gerechten sowieso al vegetarisch zijn. Zoals pasta pesto, of (zelfgemaakte) pizza caprese, of falafelschotel, of een linzensalade met fetakaas, of een stoofschotel, of een groentencurry, of of of. De mogelijkheden zijn eindeloos! En dan hoef je ook niet te kiezen voor een vleesvervanger, omdat je maaltijd al rond en af is. Want daar gaat het om. Je wilt natuurlijk wel gewoon een lekker en verzadigd gevoel overhouden aan je maaltijd.

Vleesvervangers zijn vooral echt goed voor het klimaat.

Een vaak gehoord argument tégen soja is dat de sojaproductie juist bijzonder slecht is voor het klimaat. Dit is zeker waar, maar dat komt omdat soja op extreem grote schaal wordt verbouwd voor de productie van veevoer (met o.a. het verdwijnen van de regenwouden, bodemerosie en -uitputting, en uitdroging tot gevolg). Ongeveer 95% is bestemd voor veevoer en als het gaat om de milieubelasting van vlees, dan moet je de milieubelasting van soja hier dus zeker in meenemen. Slechts ongeveer 5% van de sojaproductie is bedoeld voor menselijke consumptie (van o.a. tofu, tempé en vleesvervangers).

Daarbij komt nog dat een reguliere vleeskoe voor het ‘groeien’ van één kilo vlees, ongeveer 25 kilo veevoer nodig heeft. Dit veevoer bestaat grotendeels uit…je raadt het al: soja. Wanneer je vlees eet, eet je indirect heel veel soja en draag je sterk bij aan de negatieve milieu- en klimaatgevolgen van de sojaproductie. Als jij een stukje tempé eet, eet je precies dat gewicht aan soja. Daarin zit ‘m nogal een verschil.

De opkomst van vleesvervangers kan vooral voor het klimaat veel betekenen. Er is veel discussie over, maar een vleesvervanger heeft dus écht een lagere milieubelasting dan een Argentijnse biefstuk. Hopelijk zet het je aan het denken, en dagen de vele plantaardige alternatieven je uit om wat creatiever in de keuken te worden.

En nog wel even goed om te melden: je hebt vlees dus echt niet dagelijks nodig voor een gezond eetpatroon. Sterker nog, je zou het zelfs helemaal kunnen weglaten. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Wil jij graag blijven genieten van een mooi stuk vlees, doe het vooral. Kies dan voor vlees van goeie kwaliteit dat uit Nederland komt en een goed leven heeft gehad. Maak er iets bijzonders van. Deel het genot van je maaltijd met z’n allen en ervaar de luxe dat je zo iets lekkers kunt kopen. Het gaat allemaal om balans en hoever jij zelf wilt gaan.

Wat ik zou doen:

Bij keuze tussen regulier gefokt/gekweekt vlees en een vleesvervanger, kies dan voor een vleesvervanger.
Bij keuze tussen biologisch/biologisch dynamisch vlees en een vleesvervanger, kies dan voor vlees.
Hierbij in gedachte houdend (voor het geval je erover heen hebt gelezen) dat je vlees(vervangers) niet dagelijks hoeft te eten, zeker niet als je regelmatig peulvruchten, kaas, yoghurt en/of een eitje eet. Aan onder andere deze logo’s herken je biologische vleesproducten. Wanneer je winkelt in een biologische winkel of natuurwinkel is al het vlees natuurlijk biologisch.


Je steentje bijdragen op jouw manier.

Vind jij biologisch vlees echt te duur, maar wil je wel graag gezonder eten en/of je steentje bijdragen? Kook dan gewoon eens per week (of hoe vaak voor jou fijn voelt) vegetarisch. Dan hoef je helemaal niet voor vlees of een vleesvervanger te kiezen. En wil je dan toch een eiwitrijk product toevoegen, bak een omelet of kies eens voor tempé (tempeh). Doordat tempé gefermenteerd is, is de soja wél goed verteerbaar en gezond.

Snijd het lekker dun en bak het mooi goudbruin aan beiden kanten in wat olie. Breng op smaak met zout of sojasaus, et voilà! Dit voegt meteen een goeie bite, hartige smaak én voedingswaarde toe aan je maaltijd (denk: nasi, bami, wraps, maar ook stampot!). Daarnaast kun je natuurlijk ook zelf groenteburgers maken, zoals deze lekkere couscousburgers op m’n blog.

Oefenen in de vegetarische keuken.

Eerlijk is eerlijk, vegetarisch en plantaardig koken vergt wat oefening. Hoe krijg je structuur in je zelfgemaakte groenteburger? Krijg ik genoeg eiwitten binnen? Hoe krijgt m’n vegetarische stoofschotel die typische rijke, warme smaak? Hiermee help ik je graag persoonlijk verder. Want je kook- en eetgewoontes aanpakken, dat gaat niet over een dag ijs. Het beste neem je daar de tijd voor, en laat je je natuurlijk goed informeren zodat je ook echt gezonde keuzes maakt. Dus wil je vaker zonder vlees, vis of kip koken? Of wil je meer weten over de voordelen van vegetarisch eten? Neem dan contact met me op! Dan coach ik je stap voor stap naar een gezonde, diverse en vooral zeer smakelijke lifestyle!

Leave a Reply

Your email address will not be published.